Maatschappelijk aanzien leraar

Klant: Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) | Sectoren: Social Policy

Het maatschappelijk aanzien van de leraar in het basis- en het voortgezet onderwijs is achteruit gegaan, vooral in de laatste tien jaar.  

De leraar basisonderwijs heeft beduidend minder aanzien dan de collega’s in het voortgezet onderwijs. Dat verklaart wellicht hun lagere loon en de halvering van het aantal aanmeldingen bij de pabo.

Afgestudeerde leraren voor het voortgezet onderwijs verdienen relatief goed, zo blijkt uit het onderzoek van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) en Ecorys gefinancierd door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). Ze krijgen als startsalaris zo’n tien procent meer loon dan andere hbo-afgestudeerden. Voor leraren die van de pabo komen geldt dat niet, hun loon is  na 2008 onder dat van andere hbo’ers komen te liggen. De beloning geldt als één van de statusindicatoren die samenhangen met het maatschappelijk aanzien.
Het opleidingsniveau van leraren is hoog. Maar er zijn steeds meer hoger opgeleide beroepsgroepen bijgekomen. Het opleidingsniveau van de leraar is daarmee minder exclusief geworden ten opzichte van de rest van de bevolking. En dat is mogelijk van invloed op het imago.

Hoewel er in het voortgezet onderwijs bij bepaalde vakken ook een lerarentekort is, is de situatie nijpender in het basisonderwijs. Het aantal aanmeldingen bij de hbo lerarenopleiding voor het vo is nagenoeg gelijk gebleven, terwijl de instroom in de pabo sterk is gedaald. Dat laatste heeft mede te maken met de verhoogde kwaliteitseisen, die op den duur zouden kunnen leiden tot een hoger aanzien van de leraar.

Key Experts

Sarai Sapulete Senior Consultant