Beleidsdoorlichting Ruimtelijke ordeningsbeleid aangeboden aan Tweede Kamer

Klant: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Sectoren: Regions and Cities

Voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voerden wij een beleidsdoorlichting uit van het ruimtelijke ordeningsbeleid. Onze belangrijkste aanbeveling: formuleer concrete (systeem)doelstellingen in de begroting, gekoppeld aan de Nationale Omgevingsvisie, en monitor de voortgang. Minister Kajsa Ollongren heeft de beleidsdoorlichting in december aangeboden aan de Tweede Kamer. In de begeleidende kamerbrief zijn onze aanbevelingen overgenomen en geeft zij aan op welke wijze hieraan invulling wordt gegeven.  

Doel van de beleidsdoorlichting is om inzicht te geven in doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid van artikel 5.1 over de periode 2014-2019. Dit beleid is in deze periode gericht op het realiseren van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Het doel is “het realiseren van een concurrerend, duurzaam en leefbaar Nederland, waarin sprake is van regionale differentiatie en maatwerk”. Om dit doel te bereiken heeft het ministerie financiële middelen ingezet voor onder andere geo-informatie, integrale gebiedsontwikkelingen, de inzet van ruimtelijk instrumentarium en andere beleidsinstrumenten waaronder opbouw van kennis en het maken van bestuurlijke afspraken. 

Ruimtelijk ordeningsbeleid brengt deelbelangen samen  
Het gevoerde ruimtelijke ordeningsbeleid door BZK overstijgt de deelbelangen van de verschillende departementen. Het tracht tot een integrale benadering te komen, waarbij nationale belangen optimaal geborgd worden. BZK speelt hierbinnen met name een rol als het nationale belang in het geding blijkt te komen, of als meerdere sectorale belangen een ruimteclaim op hetzelfde gebied indienen. Door deze verwevenheid kan vaak nog wel worden vastgesteld of het gevoerde ruimtelijke ordeningsbeleid door BZK invloed heeft gehad op het behalen van de beoogde doelen. Lastiger is het om te bepalen in welke mate hiervan sprake is of is geweest. Daarmee wordt het eveneens lastig om de doelmatigheid van de ingezette middelen onder artikel 5.1 eenduidig te bepalen.

Verandering in scope
Tijdens de onderzochte periode is sprake geweest van een belangrijke verandering in scope. Relevant hierbij is de Omgevingswet die alle wetten voor de leefomgeving bundelt en moderniseert. Invoering van de nieuwe wet is bedoeld om minder en overzichtelijke regels te stellen, een samenhangende benadering van de leefomgeving te bieden met ruimte voor lokaal maatwerk en een betere en snellere besluitvorming te realiseren. Vooruitlopend op de daadwerkelijke invoering van de Omgevingswet heeft het Rijk een Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld die in september 2020 is verschenen. Met de Omgevingswet en de Nationale Omgevingsvisie die hieruit is voorgekomen, is een nieuwe weg in het ruimtelijke ordeningsbeleid ingeslagen. Om die reden hebben wij in deze beleidsdoorlichting niet alleen teruggekeken. We keken vooral ook naar de wijze waarop gevolg kan worden gegeven aan het ruimtelijke ordeningsbeleid in de komende jaren en op welke wijze dit beleid kan worden gemonitord en geëvalueerd.

Lees het volledige evaluatierapport op de website van de Tweede Kamer.

Voor meer informatie over de evaluatie kunt u contact opnemen met Michel Briene.

Key Experts

Michel Briene Partner