Veel hoger rendement voor biologische veehouderij dan ‘normale’ boerenbedrijf

| Natural Resources

De stikstofcrisis stelt Nederland voor een grote uitdaging. De landbouwsector, en dan met name de melk- en veehouderij, is voor 68 procent verantwoordelijk voor de stikstof depositie op Nederlandse bodem. Een drastische sanering in de uitstoot van ammoniak en stikstofoxide (van 1600 mol N/ha/jr naar 1000 mol N/ha/jr) is noodzakelijk om de klimaatdoelstellingen van Parijs te halen. Voor Greenpeace aanleiding om onderzoek te laten doen naar een ecologisch landbouwsysteem. 

Ook al zijn de kosten veel hoger, uiteindelijk rendeert het maatschappelijk om te investeren in een transitie naar kringlooplandbouw en meer grondgebonden biologische melk- en rundveehouderij, met meer weidegang voor de koeien, meer eiwitrijk voer verbouwd in Nederland en minder import van krachtvoer. Dit levert maximale reductie van de stikstof depositie op en geeft andere sectoren in de Nederlandse economie ruimte voor stikstofuitstoot. 

Minder toekomstige schade voor natuur, klimaat en gezondheid
Dit is de conclusie van een Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA) naar een toekomstbestendige veehouderij dat Ecorys samen met Ethical Growth Strategies in opdracht van Greenpeace heeft uitgevoerd. In de MKBA wordt uitgegaan van de vermeden toekomstige schade op het gebied van natuur, klimaat en gezondheid. De analyse geeft inzicht in de maatschappelijke voor- en nadelen van drie scenario’s. Uitgangspunt voor alle drie de scenario’s is (minimaal) een halvering van de stikstofdepositie in 20 jaar. 

In het eerste scenario wordt het doel met name bereikt door een zogenoemde warme sanering (uitkoop) van 45 procent van de huidige veestapels (runderen, varkens en pluimvee). De andere 55 procent van de melk- en veehouders veranderen niets aan hun productie, ze blijven krachtvoer en kunstmest gebruiken. Maar ze nemen wel maatregelen om de ammoniakuitstoot te verminderen. Deze technieken, zoals luchtwassers en emissiearme stalvloeren, zijn veelal end-of-pipe-oplossingen die het onderliggende probleem niet oplossen. 

In het tweede scenario wordt de halvering van de stikstofuitstoot bereikt door een combinatie van warme sanering (uitkoop) van 45 procent van de huidige veestapels en 25 procent biologische melk- en vleesproductie. Dit houdt in minder intensief grondgebruik (gemiddeld 1 koe plus kalveren per hectare) en geen gebruik maken van krachtvoer en kunstmest. Dit scenario is een voorloper op scenario 3 (100 procent biologische melk- en vleesproductie) en geeft een inzicht in de transitiekosten voor het overstappen naar een ecologisch landbouwsysteem. 

In het derde scenario wordt 61 procent van de melkveestapel, 82 procent van de varkens en 73 procent van het pluimvee warm gesaneerd en is de gehele melk- en vleesproductie biologisch. Tien procent van de landbouwgrond wordt omgezet in natuurgebied, ter bevordering van de biodiversiteit. 

Baten ecologische veehouderij aanzienlijk hoger
De investeringskosten voor alle drie de scenario’s zijn fors vanwege onder andere de opkoopregelingen voor bestaande bedrijven en het verlies van banen. Afhankelijk van het scenario liggen de maatschappelijke kosten tot 2040 tussen de 22 miljard (scenario 2) en de 42 miljard euro (scenario 3). Maar de baten van scenario 3 (gemiddeld 5,0 miljard euro per jaar) zijn aanzienlijk hoger dan de baten voor scenario 1 (gemiddeld 3,2 miljard euro per jaar) en 2 (gemiddeld 3,0 miljard euro per jaar). Het maatschappelijk rendement op de investering is daarmee aanzienlijk voor scenario 3, namelijk gemiddeld 7,8 procent tegenover 4,9 procent voor scenario 1.  

De voornaamste baten zijn het natuurherstel, de afnames van milieukosten en vermeden kosten in gezondheidsschade. Mensen én dieren worden minder snel ziek, met name in scenario 3. 

De MKBA laat zien dat alle drie de scenario’s maatschappelijk meer opleveren dan ze kosten. De twee scenario’s die uitgaan van een duurzamere wijze van veehouderij leveren maatschappelijk meer op dan het eerste scenario, waarbij de veestapel kleiner wordt, maar de bestaande werkwijze niet wordt gewijzigd. Toch levert ook dit scenario per saldo maatschappelijk meer op dan het kost.
 

Lees voor meer informatie het volledige rapport (pdf).
Bekijk ook het persbericht van Greenpeace.

Voor meer informatie over het onderzoek kunt u contact opnemen met Marten van den Bossche.