Blog: Energie-infrastructuur in transitie deel 4

| Natural Resources

Weinig thema’s zijn de laatste tijd zo veelbesproken als de energietransitie. Als gevolg van de CO2-doelen, technologische vooruitgang en gedragsaanpassingen zal ons energiesysteem in de komende 30 jaar fundamenteel veranderen. Overal waar mogelijk zal gebruik gemaakt worden van hernieuwbare energie. Een van de vragen die hierbij opkomt is ‘Wat betekent dit voor onze toekomstige energie-infrastructuur?’ In deze serie van 4 blogs bespreek ik 4 relevante ontwikkelingen.

In mijn vorige blog beschreef ik de functie van Local Energy Communities. Dit voorbeeld geeft al aan dat netbeheer niet per se in publieke handen hoeft te zijn. In deze laatste blog in de reeks over veranderingen in onze energie-infrastructuren ga ik in op de voordelen van minderheidsprivatisering van netbeheerders.

Minderheidsprivatisering van netbeheerders?
Netbeheerders als TenneT en Stedin zijn op dit moment publieke instellingen, omdat de aandelen voor 100% in handen zijn van de rijksoverheid, provincies en gemeenten. Privatisering is niet toegestaan, zelfs geen minderheidsprivatisering. De gedachte hierachter is dat het netwerk zo’n essentiële voorziening is, dat deze wel in publieke handen moet blijven. 

Om verschillende redenen is het opvallend dat de Nederlandse wetgeving eist dat een elektriciteits- en gasnetbeheerder publiek moet zijn, een eis die overigens niet geldt voor beheerders van warmtenetwerken. Ten eerste zijn alle wettelijke regels zodanig opgesteld alsof de netbeheerder een private partij zou zijn. Deze regels moeten onder andere voorkomen dat netbeheerders (zijnde overheidsbedrijven) misbruik maken van hun machtspositie. Waarom stelt de Autoriteit Consument en Markt (ACM) wel maximumtarieven vast voor elektriciteitsdistributie, maar geen strak tarief voor de waterschapsbelasting of de vernieuwing van het paspoort? In alle gevallen gaat het om tarieven voor publieke diensten die door publieke organisaties worden verzorgd. 

Een minderheidsprivatisering van de aandelen van een distributienetbeheerder zou passen bij de huidige wettelijke regels en bovendien publiek geld vrijspelen om de kosten van de energietransitie te dekken. Een minderheidsprivatisering voorkomt ook dat er extra publiek geld bij moet om de benodigde investeringen te kunnen financieren. Bij TenneT is dit risico nu al actueel, omdat TenneT de benodigde investeringen niet kan financieren zonder extra eigen vermogen. Maar ook bij regionale netbeheerders is er een reëel risico dat aandeelhouders moeten bijstorten. Bij TenneT is het de rijksoverheid die bijstort, maar bij regionale netbeheerders zijn het gemeenten en provincies die dan zouden moeten bijstorten. Met name gemeenten zullen hier minder makkelijk toe bereid zijn en/of in staat toe zijn. 

Zo’n minderheidsprivatisering is daarentegen aantrekkelijk voor institutionele beleggers. Netbeheerders worden gezien als een veilige belegging met een goed rendement. En waarom zou het investeren in een netbeheerder niet mogelijk gemaakt kunnen worden voor de inwoners en bedrijven binnen het verzorgingsgebied van die netbeheerder? Daarmee zou ook een soort energy community ontstaan (“jouw netbeheerder”), mét een aantrekkelijk rendement.

Al met al staan ons de komende jaren grote ontwikkelingen te wachten op het gebied van energieopwekking. De precieze impact op onze huidige energie-infrastructuur is afhankelijk van het succes van deze energievormen, maar ook van ons besluitvormingsproces. Energie-infrastructuur verdient daarin aan de voorkant een meer prominente rol, niet als gevolg, maar als input voor een besluit. De Regionale Energie Strategieën bieden daarvoor een mooie gelegenheid. Deze aanpak vereist mogelijk een herziening van de regulering van infrastructuren, en een fundamenteel andere kijk op het “saaie” netbeheerderschap van weleer.

Deze blog is geschreven door Robert Haffner, sectorleider Natural Resources. Hij en zijn team hebben veel ervaring met maatschappelijke vraagstukken op het gebied van energie- en klimaat.

Lees ook deel 1, deel 2 en deel 3 van deze blog.