Wat is de impact van de internationale voertuighandel voor de Nederlandse markt?

BOVAG-leden (Bond van Auto(mobiel)handelaren en Garagehouders) hebben behoefte aan eenduidige regels ten aanzien van de import en export van gebruikte voertuigen, komt uit onderzoek naar voren wat Ecorys onlangs heeft uitgevoerd. De huidige wet- en regelgeving is complex wat leidt tot procedurele fouten en onzekerheden. BOVAG-leden zouden graag een gespecialiseerd aanspreekpunt hebben binnen de Belastingdienst, wanneer zij vragen hebben over de BPM (Belasting van Personenauto's en Motorrijwielen) aangifte of teruggave en de btw-teruggave. Hiermee kunnen fouten worden voorkomen en wordt het import/export proces versneld.

In Nederland wordt een groot aantal gebruikte voertuigen geïmporteerd en geëxporteerd (ruim 242,000 in 2020) en geëxporteerd (ruim 320,000 in 2020). Import en export zijn noodzakelijk, omdat vraag en aanbod in Nederland van gebruikte personenauto’s en bestelwagens niet goed op elkaar afgestemd zijn. De vraag naar jonge voertuigen is groter en breder dan het aanbod. Om aan de vraag te voldoen worden steeds meer gebruikte auto’s uit het buitenland geïmporteerd.

Tegelijkertijd is export van groot belang, omdat in Nederland anders een overschot zou ontstaan van bepaalde (oudere) modellen die bijvoorbeeld vanuit de leasing komen, maar waarvoor binnen Nederland geen vraag is. De Nederlandse autobranche ondervindt bij de import en export van voertuigen diverse knelpunten. Ecorys heeft de verschillende knelpunten, de omvang en de mogelijke oplossingen in kaart gebracht.

Knelpunten in het import- en exportproces.

Het belangrijkste knelpunt in het importproces is het vaststellen van de BPM. BOVAG-leden hanteren meerdere methoden om de BPM vast te stellen, waarbij de redenen om voor één van de methoden (de afschrijvingstabel, koerslijsten of het taxatierapport) te kiezen uiteenlopen. De ruimte om de BPM op verschillende manieren vast te stellen kan tot een verstoring van de markt leiden.

Het exportproces kent meerdere knelpunten; met name de BPM- en btw-teruggave kunnen tot problemen leiden. Redenen hiervoor zijn complexere wet- en regelgeving en onduidelijkheid over wanneer men aan de regels voldoet. Voor de BPM-teruggave geldt dat het voertuig na export duurzaam, binnen 13 weken, in een ander EU of EER ingeschreven dient te zijn. Of aan deze verplichting voldaan is voor de exporteur is vaak lastig vast te stellen. Voor de btw-teruggave geldt dat de exporteur een uitgebreid klantonderzoek dient te verrichten. De vereisten rondom het achtergrondonderzoek naar de klant zijn voor de BOVAG-leden onvoldoende transparant, wat leidt tot een grote onzekerheid of men aan de controleverplichting voldaan heeft.
Bovenstaande knelpunten dragen bij aan de vraag om een eenduidige wet- en regelgeving en een gespecialiseerd aanspreekpunt binnen de Belastingdienst, waar vragen gesteld kunnen worden.

Meer weten? Lees het onderzoeksrapport (PDF) voor meer informatie.

Heeft u een vraag of wilt u meer informatie over onze werkwijze? Neem dan contact op met <strong><a href="mailto:Marten van den Bossche@ecorys.com">Marten van den Bossche</a></strong> of <strong><a href="mailto:Linette.deswart@ecorys.com">Linette de Swart</a></strong>.

16 juni 2021

2 minuten lezen


Sleutelexperts

Linette de Swart

Principal Consultant

Marten van den Bossche

Senior partner