Gerichte indicatoren waarmee de EU haar weg naar een circulaire economie kan volgen en voortzetten

De transitie naar een circulaire economie is essentieel voor het bereiken van ecologische duurzaamheid, klimaatneutraliteit en economische veerkracht in de Europese Unie (EU). In tegenstelling tot het traditionele lineaire model van productie en consumptie streeft een circulaire economie ernaar afval te minimaliseren, het gebruik van hulpbronnen te optimaliseren en natuurlijke systemen te herstellen. Deze verschuiving vereist systemische verandering in huishoudens, steden, industrieën en overheden. Om de EU bij deze transitie te ondersteunen, hebben we verbeterde indicatoren ontwikkeld en getest om de voortgang beter te volgen en beleid te sturen.

Achtergrond

Terwijl bestaande EU-kaders zoals de Actieplan voor de circulaire economie (CEAP) en Monitoringkader voor de circulaire economie Hoewel er weliswaar een solide basis wordt geboden, bestaan er nog steeds aanzienlijke hiaten in sectorspecifieke gegevens, indicatordetails en afstemming met R-strategieën met hoge prioriteit, zoals Refuse, Rethink, Reuse.

Om deze lacunes aan te pakken heeft de Europese Commissie (DG RTD) een tweejarig project gelanceerd onder leiding van Ricardo met Noorden, IEEP en Ecorys. Het doel van dit project was het identificeren, testen en aanbevelen van nieuwe indicatoren die circulariteit op macro-, meso- en microniveau beter in kaart brengen, verspreid over elf belangrijke beleidsthema's. Het rapport presenteert de bevindingen en aanbevelingen van dit project en ondersteunt de inspanningen van de Europese Commissie om beleid en innovatie te verbeteren met behulp van robuuste, datagestuurde monitoringtools.

Belangrijkste bevindingen tot nu toe

Door de implementatieschalen op macroniveau (internationaal en EU-niveau), mesoniveau (regionaal en sectoraal) en microniveau (bedrijfs- en huishoudniveau) te beoordelen, heeft de studie op maat gemaakte indicatorenreeksen ontwikkeld voor elf aandachtsgebieden op meerdere economische niveaus:

  • Bio-economie, Product-Service Systemen (PSS), Steden en Regio's, Huishoudens, Elektronica en ICT, Batterijen en Voertuigen, Verpakkingen, Kunststoffen, Textiel, Bouw en Gebouwen en Voedsel, Water en Voedingsstoffen.

De ontwikkeling van indicatoren die gericht zijn op het aanpakken van beleids- en gegevenslacunes, waaronder:

  • Veel EU-beleidsmaatregelen richten zich op de eindfase van de levenscyclus (bijvoorbeeld recycling) in plaats van op de eerdere fasen, zoals ontwerp en productie.
  • Er werden hiaten geconstateerd in het volgen van hogere-orde R-strategieën (Refuse, Rethink, Reduce) en in sectoren als textiel, bio-economie (meststoffen/eiwitten) en PSS.
  • De beschikbaarheid en consistentie van gegevens vormden grote uitdagingen, vooral op regionaal en bedrijfsniveau.


De geteste indicatoren vullen de interactie met de Monitoringkader voor de circulaire economie (CEMF) door meer gedetailleerde, sectorspecifieke inzichten te bieden. De indicatoren vullen met name lacunes in CEMF aan, zoals een gebrek aan subnationale data en onvoldoende tracking van hergebruik, reparatie en productlevenscyclusgegevens.


Het project heeft een blauwdruk opgeleverd voor toekomstige beleidsinitiatieven, waarbij zowel bestaande lacunes als praktische manieren om deze te dichten zijn geïdentificeerd. De indicatoren en toolkit zijn nu beschikbaar ter ondersteuning van EU-instellingen, nationale overheden, regionale instanties en sectororganisaties bij het ontwerpen, implementeren en monitoren van gerichter en beter geïnformeerd circulariteitsbeleid.

Meer weten? Download hier het volledige rapport en de toolkit voor indicatorbeoordeling:


15 July 2025

2 minuten lezen