Het 28e regime in Europa instellen: een uniform juridisch kader ter ondersteuning van groei en zakendoen
De interne markt van de Europese Unie is een van haar grootste troeven. Toch blijft de fragmentatie van juridische, fiscale en administratieve kaders bedrijven die grensoverschrijdend actief zijn, hinderen. Uiteenlopende nationale regels veroorzaken nalevingskosten en onzekerheid, met name voor het midden- en kleinbedrijf en innovatieve bedrijven. Om deze uitdagingen aan te pakken, heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) Ecorys en het Centrum voor Europese Beleidsstudies (CEPS) opdracht gegeven voor een studie naar het concept van een "28e regeling" – een optioneel wettelijk kader op EU-niveau dat naast de nationale wetgeving bestaat, maar deze niet vervangt.
Ondanks decennia van integratie blijven de drempels voor grensoverschrijdend zakendoen hoog. Verschillen in bedrijfsoprichting, belasting-, arbeids-, boekhoud- en insolventiewetgeving zorgen voor onnodige complexiteit en kosten. Voor het mkb kan dit een doorslaggevende belemmering voor groei vormen.
Eerdere pogingen van de EU om optionele kaders te introduceren – zoals de Europese vennootschap (SE), het pan-Europees pensioenproduct (PEPP) en het gemeenschappelijk Europees kooprecht (CESL) – hebben zowel de potentie als de valkuilen van deze aanpak aangetoond. Het 28e stelsel bouwt voort op deze lessen en biedt bedrijven een vrijwillige, geharmoniseerde juridische mogelijkheid voor grensoverschrijdende transacties.
De studie, uitgevoerd door Ecorys en CEPS in opdracht van de Werkgeversgroep van het EESC, analyseert de rationale, haalbaarheid en ontwerpprincipes voor een dergelijk regime. Er wordt een gelaagd, modulair kader voorgesteld, vertrekkend vanuit het ondernemingsrecht, waar de potentiële impact het grootst is.
Belangrijkste bevindingen tot nu toe
Ons onderzoek omvatte een analyse van eerdere initiatieven en raadplegingen van belanghebbenden. De belangrijkste bevindingen zijn:
- Fragmentatiekosten: Wettelijke en regelgevende verschillen binnen de EU zorgen voor tarief-equivalente kosten tot 45% voor goederen en 110% voor diensten. Deze belemmeringen ontmoedigen bedrijven om grensoverschrijdend uit te breiden en beperken het concurrentievermogen van de EU.
- Optionaliteit als oplossing: Een 28e regime zou één enkel EU-regelgevingspakket bieden waar bedrijven vrijwillig aan kunnen deelnemen, waardoor naleving wordt vereenvoudigd zonder dat volledige harmonisatie in alle lidstaten vereist is.
- Een gelaagde aanpak: De studie stelt voor om te beginnen met het vennootschapsrecht als basis, met aandacht voor bedrijfsvorming, governance en mobiliteit, en vervolgens uit te breiden naar belastingcoördinatie, accounting standards en insolventierecht. Arbeidsrecht zou, gezien de politieke gevoeligheid ervan, in een later stadium kunnen worden behandeld.
- Bestuur en implementatie: Pilotmechanismen zoals het Competitiveness Lab van de EU zouden onderdelen van het regime kunnen testen voordat het breder wordt uitgerold. Een digitaal "Business Single Entry Point" zou meertalige registratie en gestroomlijnde naleving mogelijk maken.
Het 28e regime biedt een pragmatisch pad naar een meer geïntegreerde en concurrerende interne markt. Het brengt juridische diversiteit in evenwicht met de behoefte aan eenvoud en groei. Mits zorgvuldig ontworpen en politiek ondersteund, kan het Europese bedrijven helpen op te schalen, te innoveren en wereldwijd te concurreren.
Lees het volledige bericht publicatie hier.
4 December 2025
2 minuten lezen