Blog: Energie-infrastructuur in transitie deel 3

| Natural Resources

Weinig thema’s zijn de laatste tijd zo veelbesproken als de energietransitie. Als gevolg van de CO2-doelen, technologische vooruitgang en gedragsaanpassingen zal ons energiesysteem in de komende 30 jaar fundamenteel veranderen. Overal waar mogelijk zal gebruik gemaakt worden van hernieuwbare energie. Een van de vragen die hierbij opkomt is ‘Wat betekent dit voor onze toekomstige energie-infrastructuur?’ In deze serie van 4 blogs bespreek ik 4 relevante ontwikkelingen.

In mijn vorige blog lichtte ik toe dat er aanpassingen in de regulering van infrastructuren nodig zijn. Naast meer regie is er in de toekomst ook een belangrijke rol weggelegd voor lokale initiatieven.

De belangrijke functie van lokale initiatieven
In vrijwel elke Nederlandse gemeente zijn inmiddels energiecoöperaties actief. Deze coöperaties beperken zich nu vaak nog tot inkoop van energie of het gezamenlijk investeren in wind- of zonne-energie. In de toekomst is het goed mogelijk dat deze energiecoöperaties een platform bieden voor de ontplooiing van meerdere lokale energietaken, inclusief (elektriciteits-)netbeheer. Zo zijn er nu al voorbeelden van coöperatieve laadpalen, buurtopslag en experimenten met nieuwe marktmodellen en slimme netten, waarin zowel burgers als bedrijven participeren.

Het is aannemelijk dat dergelijke Local Energy Communities een blijvertje zijn in de toekomst. Maar de vraag is of ze ook een grote rol gaan spelen als het gaat om de infrastructuur, door bijvoorbeeld zelf een “slim” netwerk in beheer te hebben. De drempels op het gebied van de infrastructuur zijn hoger dan bij bijvoorbeeld zonnepanelen, omdat dit relatief hoge investeringen vergt die kleine partijen vaak moeilijk op kunnen brengen. 

Daar staat tegenover dat, als de kosten van de collectieve energie-infrastructuur sterk zullen stijgen, het aantrekkelijk kan zijn om “off-grid” te gaan en een eigen energiesysteem op te zetten, inclusief opslag en balancering. Dit zou dan de vraag oproepen of de community die de energie-infrastructuur beheert, nog onder toezicht moet staan vanuit de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De leden van de Community beslissen immers zelf over de kosten die zij wensen te maken. ACM-toezicht ligt dan niet voor de hand, maar zou wel betekenen dat partijen in zo’n gemeenschap andere rechten en plichten hebben dan “gewone” producenten en consumenten. Concreet zou dit bijvoorbeeld kunnen betekenen dat een afnemer die uit de community wil stappen, niet kan aankloppen bij een publieke netbeheerder, omdat de aansluitplicht dan niet geldt. Verhuizen is dan de enige optie voor uittreding uit de energy community. 

Kortom, als het gaat om dergelijke lokale initiatieven is het van belang dat de spelregels worden verduidelijkt om te borgen dat de initiatieven bijdragen aan de maatschappelijke doelstellingen over verduurzaming. Maar ook om te verduidelijken wanneer ACM-toezicht toegevoegde waarde heeft.

Deze blog is geschreven door Robert Haffner, sectorleider Natural Resources. Hij en zijn team hebben veel ervaring met maatschappelijke vraagstukken op het gebied van energie- en klimaat.

Lees ook deel 1, deel 2 en deel 4 van deze blog.